Jongere kind (tot 10 jaar)

Kenmerkend voor jonge kinderen is dat zij nog volop in ontwikkeling zijn. Het brein vertoont nog een grote plasticiteit, waardoor het soms moeilijk is om harde uitspraken te doen over hun toekomstmogelijkheden. Voor de diagnostiek  betekent dit, dat deze met zeer grote zorgvuldigheid moeten worden uitgevoerd.
Steeds duidelijker wordt echter dat hoe eerder de beeldvorming betreffende een kind duidelijk is, hoe sneller remediering mogelijk is. Door op jonge leeftijd zicht te hebben op de mogelijkheden en beperkingen van de leerling, wordt hierdoor voorkomen dat een leerling vastloopt op school en/of thuis en het kind als gevolg hiervan sociale en emotionele problemen ontwikkelt.

Microconsult richt zich op de diagnostiek van problemen op het gebied van leren, gedrag en het emotioneel functioneren.

  • Leerproblemen uiten zich vaak al vanaf groep 3; door de leerproblemen goed in kaart te brengen, kan al heel snel een traject van remedial teaching worden opgezet. Wanneer er sprake is van een algehele leerachterstand kan het kind al vanaf jonge leeftijd een eigen leerlijn volgen, in plaats van langdurig overvraagd te worden of te doubleren. Wanneer er sprake is van een specifieke leerstoornis, zoals dyslexie of dyscalculie, kunnen er op school compenserende (hulpmiddelen) en dispenserende (ontheffingen) maatregelen worden genomen, met als doel het kind zo optimaal mogelijk te laten presteren. Natuurlijk houden we hierbij  rekening met eventuele leerbelemmeringen.

    Het is ook mogelijk dat door middel van diagnostisch onderzoek duidelijk wordt, dat het kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, zodat de school ook aan deze leerling optimale kansen biedt en het kind niet gaat onderpresteren.

    Het onderzoek start met het bestuderen van het leerlingdossier, dat wordt aangeleverd door de school. Handelingsplannen van school of externe instanties worden geanalyseerd en op kwaliteit getoetst. De onderzoeker neemt een intelligentietest af, passend bij het ontwikkelingsniveau van het kind en rekening houdend met eventuele beperkingen. Als de onderzoeker een specifieke leerstoornis vermoedt worden eventuele verklaringen vanuit het intelligentieprofiel vastgesteld.Er wordt behalve een intelligentie-onderzoek ook een (ortho)didactisch onderzoek afgenomen
    .

  • Gedragsproblemen bij jonge kinderen komen vaak voort uit ontwikkelingsstoor-nissen, zoals AD(H)D of autisme-spectrumstoornissen. Door deze op jonge leeftijd vast te stellen kan een op het kind afgestemde, specifieke pedagogische aanpak ervoor zorgen, dat deze leerlingen niet vastlopen in hun dagelijks functioneren. Door adviezen voor de juiste begeleiding te bieden, krijgen ook deze leerlingen kansen om zich optimaal te ontwikkelen.

    Het onderzoek start met een anamnesegesprek. Er worden vragenlijsten ingevuld door ouders en school om zicht te krijgen op de aard van de gedragsproblemen. Eventueel vindt er op school een observatie plaats.Er wordt een (neuro)psychologisch onderzoek afgenomen, aangevuld met een test die de’ theory of mind’ meet. Bij het vermoeden van een autisme spectrum stoornis wordt er een (semi)gestructureerd interview bij de ouders afgenomen. De observatie van het kind is een belangrijk onderdeel hierbij.

  • Tenslotte is er de groep leerlingen die op school niet goed presteren als gevolg van emotionele problemen. Deze kinderen kunnen als gevolg van hun emotionele problematiek zowel leerproblemen als gedragsproblemen ontwikkelen. Vaak lopen zij vast in hun sociale contacten. Wanneer er niet tijdig een behandeling start kan het kind uiteindelijk vastlopen. Diagnostiek heeft de functie om de juiste behandeling te kunnen starten en biedt handvatten om zorg op maat te kunnen bieden.

    Het onderzoek start met een intakegesprek. Er worden vragenlijsten ingevuld door ouders en school. Er worden persoonlijkheidsvragenlijsten afgenomen aangevuld door projectiemateriaal. Bij heel jonge kinderen wordt een spelobservatie verricht. Met ouders wordt het niveau van emotioneel functioneren in kaart gebracht met behulp van vragenlijsten/interviews. Observatie en gesprekken tijdens het onderzoek dragen tevens bij tot een juiste beeldvorming.

    De onderzoeksresultaten worden verwerkt in een verslag en besproken met ouders. Op hun verzoek vindt er eventueel een gesprek met school plaats. Wanneer kinderen worden doorverwezen naar een hulpverleningsinstelling vindt er met toestemming van ouders een overdracht plaats. In enkele gevallen wordt er meegedacht bij het opstellen van een (be)handelingsplan en wordt dit plan geëvalueerd met de betrokken hulpverleners.